Attributen - Composieten

Attributen - Composieten

Diverse elementen in Archicad kunnen worden samengesteld uit meerdere bouwmaterialen. Onder meer muren, vloeren en daken kunnen bestaan uit één materiaal of worden samengesteld met een opbouw van meerdere Building Materials. Een meerlaagse opbouw noemen we dan een Composite of composiet. Composites kunnen in de eerste stadia( schetsontwerp, voorontwerp) van een project algemeen gehouden worden, later in het project richting de uitvoeringsfase kunnen deze meer verfijnt worden.

Deze workflow voor Composites van grof naar fijn is ook in de (KeyMember) template opgenomen. Zie hiervoor:
  1. De opzet van de Archicad BE (KME) template
  2. De opzet van de Archicad NL (KME) template
Zo kan er in eerste instantie gekozen worden voor een aantal algemene samenstellingen. De algemene composieten bevatten materialen (Building Materials) met lege arceringen en met algemene namen (ALG-Binnenwand, ALG- Isolatie, enz.). Verderop in het proces, zodra duidelijk is wat de precieze samenstelling van wanden, daken of vloeren moet zijn, kunnen deze composieten aangepast of vervangen worden.


Een nieuwe meerlaagse opbouw aanmaken

  1. Ga naar Options > Element Attributes > Composites…
  2. Selecteer een composite die er op lijkt (1)

  3. Kies voor New…(2)
  4. Kies ‘Duplicate’ (gelijkend) of ‘New’ voor geheel nieuwe opbouw
  5. Geef de nieuwe composite een duidelijke naam
  6. Voeg nieuwe lagen toe of verwijder ze via de knoppen ‘Insert Skin’
    en ‘Remove Skin’ (3):
  7. Met Insert wordt de actieve skin gekopieerd
  8. Pas de volgorde aan door de pijltjes te verslepen (4)
  9. Kies voor de diverse lagen/skins:
    1. Building Material (5)
    2. Dikte per laag (6) - de totaal dikte staat eronder (7)
  10. Druk op 'OK'
Er wordt een Preview (8) weergegeven van hoe de Composite er in de plattgerond uit gaat zien en wat de Surface Color zal zijn. 
Vanaf Archicad 26 versie 4xxx is het ook mogelijk om een duplicaat van een geselecteerde Composite te maken middels het rechtermuisknop-menu:

Overige instellingen

  1. Wel/geen eindlijn  (9) en pen (10)
    Dit heeft effect bij de weergave van wandopeningen en indien er geen aansluitende elementen zijn

  2. Type: Core, Finish of Other (11)
    Ten behoeve van een goede uitwisseling en verschillende weergaven van het model
  3. Kies of er een Separator Line  (12) gebruikt moet worden en geef hiervan het lijntype (13) en de pen (10) aan
  4. Geef aan voor welk gereedschap de Composite beschikbaar moet zijn met ‘Use With’ (14).
    Zo is voor ieder Composite te zien voor welk gereedschap deze te gebruiken is:



Composieten wijzigen

Eén element wijzigen

Uiteraard kan de Composite van een geplaatst element (spouwmuur, vloer, dak,...) op elk gewenst moment gewijzigd worden:
  1. Selecteer de elementen
  2. Open de gereedschapsinstellingen of gebruik de info box
  3. Kies een andere Building Material / Composite

Alle elementen wijzigen

Om alle geplaatste elementen met een bepaalde composiet in één keer te wijzigen, kunnen beter de eigenschappen van de composiet zelf gewijzigd worden:
  1. Ga naar Options > Elements Attributes > Composites
  2. Selecteer de betreffende Composite
  3. Wijzig de Composite naar wens en klik op 'OK'
  4. Alle wanden in het project die naar hetzelfde attribuut verwijzen zullen gewijzigd zijn.
Om snel de Composite van een bepaalde wand te vinden:
  1. Selecteer één wand, vloer, dak of shell
  2. Open het contextmenu (rechtermuisknop)
  3. Kies ‘Edit Selected Composite/Profile’

Composites en Graphic Override Combinations

Daarnaast kan er gekozen worden om met de Graphic Override Combinations (GOC) te werken. Dit kan gewenst zijn bij het schetsontwerp om in dat stadium de wanden zwart te kleuren, zodat er nog geen uitspraak over de wandopbouw gedaan hoeft te worden. Hoe dit in te stellen is, is in het overzicht hieronder te zien, net als overige opties voor de mogelijke weergave van composieten:



    • Related Articles

    • Module-bestanden en attributen

      In dit artikel wordt dieper ingegaan op hoe module-bestanden omgaan met attributen, zoals Composites, Profiles, Layers en Fills. Wanneer worden wijzigingen wel doorgevoerd en wanneer niet. De attributenset Een module-bestand is een versimpeld ...
    • Het inlezen/openen van DXF / DWG bestanden

      Een DXF/DWG kan direct geopend, ingevoegd of gelinkt worden aan een Archicad bestand. Dit kan voor: nog te bewerken DXF/DWG via: File > Interoperability > Merge File > Open onderleggers of gelinkte bestanden via: File > External Content > Attach ...
    • Zelf een bureautemplate maken

      Om elk Archicad project te beginnen met de eigen bureau-instellingen (lagen, pennen, arceringen, masters met eigen bureaustempel, enzovoort) kan een template (startbestand) aangemaakt worden. Aangezien de elementen in de Archicad-bibliotheek gebruik ...
    • Verbindingen tussen bouwkundige elementen

      In Archicad kunnen de bouwkundige elementen als wanden, balken, kolommen, vloeren en daken met elkaar verbonden worden. Met gebruik van de goede instellingen en door het gebouw op de juiste manier te modelleren gebeurt dit bijna automatisch op de ...
    • BIMx Hyper-modellen - aanmaken

      BIMx Hyper-modellen zijn opzichzelfstaande 3D modellen die extra 2D informatie kunnen bevatten, zoals bijvoorbeeld plattegronden, doorsneden of schedules. Om een BIMx Hyper-model te maken is een model in Archicad benodigd. Via BIMx is het voor ...